Een begrafenis

Hoewel ik zeker niet wil beweren dat ik een expert ben op het gebied van Portugese begrafenissen wil ik met jullie het verhaal delen van de uitvaart van mijn Portugese schoonmoeder. Een heel gewone Portugese begrafenis, niet bijzonder luxe, maar ook zeker niet één die voor een prikkie werd geregeld. We schrijven voorjaar 2016 in een voorstadje van Lissabon.

Het overlijden.
Toch nog volledig onverwacht glipte ze er tijdens het middagdutje in het verpleegtehuis tussenuit. We werden onmiddellijk gebeld en zijn direct afgereisd maar bij aankomst was mãe al uit de kamer gereden en het kostte ons erg veel moeite om haar nog even te zien. Nou, dat was ook erg letterlijk. We mochten om de hoek van een lege kamer kijken naar mijn schoonmoeder onder een wit laken. Dichterbij was niet mogelijk.

De kist, de bloemen en het kaartje.
De volgende morgen kwam de begrafenisondernemer. Nog steeds had mijn man Carlos dus zijn moeder nog niet gezien. Er kwamen dikke boeken op tafel – een kist uitzoeken en bloemen. Ook is het gebruikelijk, zelfs als je niet religieus bent, een soort bidprentje te laten maken. Je kunt zelf uit een aantal voorbeelden kiezen. Het wordt meegegeven aan iedereen die afscheid komt nemen en/of bij de begrafenis is geweest en bovendien houdt de familie er nog een aantal van achter de hand om later aan oude vrienden mee te geven.

De papieren.
De begrafenisondernemer heeft zorg gedragen voor de nodige administratieve rompslomp. Aangezien mãe in een verpleeghuis woonde kon veel daar geregeld worden. Wij hoefden ons daar niet mee te bemoeien. Het resultaat, de overlijdensakte en andere papieren, kregen wij een paar weken later opgestuurd.

De wake.
Nu er een kist was geregeld en we met hulp van de verzorging een jurk hadden uitgezocht kon men met het klaarmaken van de overledene beginnen. Die avond zou er, vanaf zeven uur, een wake zijn in een kleine, hiervoor bedoelde kapel bij de plaatselijke kerk. Toen wij er aan kwamen en via de helling het ondergrondse gewelf binnenkwamen deed de entree me nog enigszins denken aan de afscheidsruimte zoals wij die kennen in een rouwcentrum. Maar eenmaal binnen was de sfeer totaal anders. In het midden van een grote ruimte – die overigens in niets deed denken aan een katholieke kapel – stond de kist met mijn schoonmoeder. Er om heen stonden een twintigtal stoelen opgesteld allen met het zicht op de kist. Mãe had een soort servet over het gezicht en alleen Carlos heeft het even opgetild, zodat hij in ieder geval zijn moeder nog even kon zien.

De binnendruppelende familieleden, vrienden en medebewoners nemen plaats op de stoelen en gaan onderling gezellig zitten babbelen. De ruimte is schemerdonker, een paar kaarsjes op batterijen staan rondom de kist opgesteld. De uren kruipen voort. Zo nu en dan gaan er een paar naar buiten om een sigaretje te roken. Vroeger duurde een wake de gehele nacht, maar sinds er in de stille uren een paar keer mensen zijn overvallen en beroofd, is zeker in de stad, deze wake ingekort. Om een uur of tien maken de meesten aanstalten om te vertrekken. Na een plechtige knik naar het gesluierde hoofd van mãe verlaten ze het mistroostige zaaltje. Als iedereen vertrokken is sluiten we de deur van het gebouw en draaien het op slot met de sleutels die we van de begrafenisondernemer hebben gekregen. We hebben de kaarsjes aangelaten.

De dienst
De volgende morgen moeten we er weer op tijd zijn. Wij hebben immers de sleutel van de rouwkamer. In het bijzijn van de familie wordt de kist gesloten. Er is gekozen voor een afscheidsdienst door een priester. Twee misdienaars leggen een plank over een kast en dekken er met een kleed een soort altaar op. Wij zetten de stoelen in rijen aan weerszijden van de kist zodat we naar het altaar kijken. De priester, een oude man die overduidelijk geen idee heeft wie hij komt uitzwaaien, raffelt de dienst af waarbij telkens als de naam van mãe moet worden genoemd, hij even wacht tot een van de familieleden die voor hem invult.

De begrafenis
In een prachtige rouwauto, die wel iets heeft van een koets, wordt mãe naar de begraafplaats gereden waar ook haar ouders en haar echtgenoot liggen. Het graf is al gegraven en mãe wordt er op een fraai karretje heen gereden. Ze hebben de priester ook bereid gevonden naar de begraafplaats te komen, die toch wel een half uurtje rijden van zijn kerkje was. Hij heeft de reistijd niet benut om de naam van mãe uit zijn hoofd te leren, terwijl Maria Piedade toch niet zo heel moeilijk moet zijn geweest voor hem. Na nog wat laatste stichtelijke woorden is het dan zover. Maar tot mijn grote verbazing wordt het deksel van de kist opnieuw open gemaakt zodat Carlos nog éénmaal zijn moeder kan kussen. Nadat het deksel is terug geplaatst wordt mãe door twee in overall gestoken medewerkers van de begraafplaats in het pas gedolven graf getild, waarna zij fluks de berg zand erover scheppen. In minder dan vijf minuten leggen ze er de meegekomen bloemen op en rijden het karretje terug naar de ingang.

En nu?
Er is geen steen geplaatst op het graf. Een graf is in Portugal namelijk niet automatisch een permanent graf. Vijf jaar na haar overlijden zal de kist worden opgegraven. Haar beenderen zullen worden gewassen en zal ze in een veel kleiner kistje worden bijgezet in de muur van de begraafplaats. Daar zal zij de nis delen met haar echtgenoot en zullen twee fotootjes met hun namen op een plaatje de plaats aangeven. De sleutel van het deurtje krijgt Carlos daarna mee naar huis…

Liz Ribbens-Valente